724
bewerkingen
(→Intake) |
|||
| Regel 29: | Regel 29: | ||
===Stabilisatiefase=== | ===Stabilisatiefase=== | ||
Ervan uitgaande dat schuldbemiddeling kans van slagen heeft, wordt een stabilisatieovereenkomst opgesteld. Eerst wordt gekeken op welk bedrag de hulpvrager per maand recht heeft om van te leven ([[Vrij Te Laten Bedrag|vrij te laten bedrag]]). De gemeentelijke Schuldhulpbemiddeling berekent dit bedrag en hierbinnen moeten alle maandelijkse lasten, zoals huur of hypotheek, energie, (eventuele) gemeentebelastingen en ook | Ervan uitgaande dat schuldbemiddeling kans van slagen heeft, wordt een stabilisatieovereenkomst opgesteld. Eerst wordt gekeken op welk bedrag de hulpvrager per maand recht heeft om van te leven ([[Vrij Te Laten Bedrag|vrij te laten bedrag]]). De gemeentelijke Schuldhulpbemiddeling berekent dit bedrag en hierbinnen moeten alle maandelijkse lasten, zoals huur of hypotheek, energie, (eventuele) gemeentebelastingen en ook eten en kleding betaald worden. Dit bedrag wordt afgetrokken van het maandelijkse inkomen en wat overblijft, wordt gebruikt voor het aflossen van de schulden en achterstanden. Omdat de bemiddeling meestal 36 maanden zal duren, is duidelijk welk bedrag er na afloop van de schuldregeling beschikbaar is voor de schuldeisers. De stabilisatieovereenkomst gaat binnen vier maanden na het afronden van de intakefase in. Vanaf het ondertekenen van de stabilisatieovereenkomst worden de achterstanden bevroren. Dat wil zeggen... de schuldhulporganisatie stuurt een brief aan alle (bekende) crediteuren met het verzoek tot opgaaf van de hoogte van de schuld en de vraag om de incasso daarvan te staken. | ||
Tijdens het opstellen van de schuldregeling gaat de gemeentelijke Schuldhulpbemiddeling met de schuldeisers in overleg om na te gaan of ze ermee akkoord gaan dat ze slechts een deel van de schuld/achterstand zullen terugkrijgen. Dit kan doorlopen, nadat de schuldregeling is ingegaan. Lukt dit, dan is er sprake van een [[Minnelijke Regeling|minnelijke regeling]]. | Tijdens het opstellen van de schuldregeling gaat de gemeentelijke Schuldhulpbemiddeling met de schuldeisers in overleg om na te gaan of ze ermee akkoord gaan dat ze slechts een deel van de schuld/achterstand zullen terugkrijgen. Dit kan doorlopen, nadat de schuldregeling is ingegaan. Lukt dit, dan is er sprake van een [[Minnelijke Regeling|minnelijke regeling]]. | ||
Als één van de crediteuren niet akkoord gaat, kan de gemeentelijke Schuldhulpbemiddeling aan de rechter vragen de schuldregeling bij de schuldeisers af te dwingen (het [[Dwangakkoord|dwangakkoord]]). Vindt de rechter de schuldregeling acceptabel (meestal het geval als 80% van de crediteuren en/of 80% van het totale schuldbedrag akkoord gaat), dan zal hij deze toekennen en dienen de schuldeisers zich hier aan te houden. | Als één van de crediteuren niet akkoord gaat, kan de gemeentelijke Schuldhulpbemiddeling aan de rechter vragen de schuldregeling bij de schuldeisers af te dwingen (het [[Dwangakkoord|dwangakkoord]]). Vindt de rechter de schuldregeling acceptabel (meestal het geval, als 80% van de crediteuren en/of 80% van het totale schuldbedrag akkoord gaat), dan zal hij deze toekennen en dienen de schuldeisers zich hier aan te houden. | ||
Gaat de rechter niet akkoord, dan rest de [[WSNP|Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen]] (WSNP). | Gaat de rechter niet akkoord, dan rest de [[WSNP|Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen]] (WSNP). | ||
In dat laatste geval wordt door de gemeentelijke Schuldhulpbemiddeling aan de rechter gevraagd de hulpvrager onder een vorm van [[Bewindvoerder en Bewindvoering|bewind]] te stellen. Ook hier geldt weer dat de rechter zal kijken naar de oorzaak van het ontstaan van de schuld en/of de motivatie van de hulpvrager of de wil om het inkomen te vergroten aanwezig is (om maar een paar voorbeelden te noemen). Mocht de rechter dit toewijzen, dan wordt de hulpvrager toegelaten tot de [[WSNP|WSNP]]. Dit kan drie tot zelfs vijf jaar duren (en soms een jaar). Mocht het tot een WSNP-procedure komen, dan is er sprake van opnieuw een start van de driejaarsperiode en vervalt de periode die de cliënt al in de 'schuldbemiddeling' zat. Klik voor uitleg [[Tips Schuldhulpbemiddeling/WSNP|hier]]. | In dat laatste geval wordt door de gemeentelijke Schuldhulpbemiddeling aan de rechter gevraagd de hulpvrager onder een vorm van [[Bewindvoerder en Bewindvoering|bewind]] te stellen. Ook hier geldt weer dat de rechter zal kijken naar de oorzaak van het ontstaan van de schuld en/of de motivatie van de hulpvrager of de wil om het inkomen te vergroten aanwezig is (om maar een paar voorbeelden te noemen). Mocht de rechter dit toewijzen, dan wordt de hulpvrager toegelaten tot de [[WSNP|WSNP]]. Dit kan drie tot zelfs vijf jaar duren (en soms een jaar). Mocht het tot een WSNP-procedure komen, dan is er sprake van opnieuw een start van de driejaarsperiode en vervalt de periode die de cliënt al in de 'schuldbemiddeling' zat. Klik voor uitleg [[Tips Schuldhulpbemiddeling/WSNP|hier]]. | ||
De WSNP is geen hulpverleningstraject zoals de schuldhulpbemiddeling. Doel is in het algemeen zoveel mogelijk geld bij elkaar te krijgen voor de crediteuren; het menselijk belang staat minder op de voorgrond. | De WSNP is geen hulpverleningstraject zoals de schuldhulpbemiddeling. Doel is in het algemeen zoveel mogelijk geld bij elkaar te krijgen voor de crediteuren; het menselijk belang staat minder op de voorgrond. Bij zowel WSNP als minnelijk of dwangakkoord geldt een aantal voorwaarden waaraan voldaan dient te worden: | ||
* Informatieplicht: iedere wijziging in inkomen en uitgaven (met name vaste lasten) dient te worden doorgegeven aan de gemeentelijke schuldhulpbemiddeling of bewindvoerder | * Informatieplicht: iedere wijziging in inkomen en uitgaven (met name vaste lasten) dient te worden doorgegeven aan de gemeentelijke schuldhulpbemiddeling of bewindvoerder | ||
* Bijhouden van een boedelrekening (in geval van budgetbeheer doet de gemeentelijke schuldhulpbemiddeling dit) | * Bijhouden van een boedelrekening (in geval van budgetbeheer doet de gemeentelijke schuldhulpbemiddeling dit) | ||